Biografie Bobbejaan Schoepen

Bobbejaan Schoepen (Boom, 16 mei 1925°)

Belgisch zanger-gitarist, entertainer, comedian, acteur en fantaisist.
Oprichter en voormalig directeur van het amusementspark Bobbejaanland. Bobbejaan Schoepen is een pionier in de Belgische variété en de popmuziek. Niet alleen was hij de eerste Belg die internationaal doorbrak, hij was ook de eerste Belg die gebruik maakte van moderne apparatuur, een eigen tourbus en een systeem van artiestensponsoring 1 . Met hem waaide vanaf de jaren '40 de country & western-muziek over naar de lage landen 2 . Hij is wellicht ook de enige Europeaan (Groot-Brittannië niet meegerekend) die optrad in de Grand Ole Opry in Nashville.

Toch is Bobbejaan Schoepen een artiest waarop moeilijk een label te kleven valt. Hij manifesteerde zich als een volkszanger met een brede muziekstijl en als een entertainer-fantaisist voor wie zelfironie een handelsmerk was. Zijn artiestennaam komt trouwens van het Zuid-Afrikaanse liedje ,,Bobbejaan klim die berg".

Op muzikaal vlak floreerde hij van eind jaren '40 tot midden de jaren 1960. Hij toerde in twintig landen, met onder andere Joséphine Baker, Toots Thielemans, Caterina Valente en Jacques Brel, die in 1955 een week lang zijn voorprogramma verzorgde in de Brusselse Ancienne Belgique.

In 1957 speelde hij op een galabal voor de Queen Mum en vertegenwoordigde hij op de valreep België op het tweede Eurovisiesongfestival. Van zijn meer dan 500 nummers tellend en soms eigenzinnig repertorium gingen vijf miljoen platen over de toonbank: van kleinkunst, levensliederen, country, filmische instrumentals en chansons tot ronduit geflipte volksmuziek. Tot zijn grootste internationale successen behoren het levenslied "Eerbied voor jouw grijze haren" en de evergreen "Lichtjes van de Schelde",, de parodie "Café zonder bier", en het chanson-achtige "Je me suis souvent demandé", waarmee Richard Anthony in Frankrijk een grote hit scoorde.

Het nummer leverde Schoepen in 1965 in Parijs een artistieke onderscheiding op 3 . Niet helemaal toevallig: hij is een klassiek geschoold zanger en gitarist, die evenmin het experiment schuwde. Hij speelde in vijf filmproducties, nam met topmanager Steve Sholes platen op voor RCA in New York en bouwde in z'n thuisland een eigen theater.

Zo ontstond vanuit zijn muzikale carrière het amusementspark Bobbejaanland, een familiebedrijf dat uitgroeide tot een trekpleister met Europese betekenis.

Zijn leven verliep nochtans allerminst rimpelloos: hij belandde in oorlogstijd twee keer in de gevangenis, verloor zijn virtuoze fluitcapaciteiten door een chirurgische ingreep, en onderging in 1986 een zware hartoperatie. In 1999 werd darmkanker vastgesteld, wat de idee aanzwengelde om zijn levenswerk van de hand te doen.

Het park werd na drie jaar voorbereiding verkocht aan een Spaanse pretparkengroep.

Schoepen herstelde intussen van zijn ziekte en vindt zich momenteel terug in zijn eerste liefde: de muziek.

Muzikale carrière

Vroege muzikale periode - Modest Schoepen groeide in de jaren '20 en '30 op in een smidse in Boom, waar hij als jonge knaap zijn vader hielp aan de blaasbalg. Maar algauw stak zijn muzikale talent de kop op: hij kon fluiten, jodelen en zingen als de besten. Vanaf zijn twaalfde bracht hij met zijn halfzus Liesje volksvariété in de omliggende dorpen, en achteraf gingen ze met de hoed rond. Thielemans Bobbejaan Schoepen is een klassiek geschoold zanger en gitarist. Schoepen zijn eerste auditie vond plaats in 1944, voor de radio in Brussel. Hij kreeg vanaf 1943 doorgevoerd onderricht van gitaarvirtuoos Frans De Groodt (1892-1990). In 1944 debuteerde hij met een memorabel optreden in de Antwerpse Ancienne Belgique.

Voor een nokvolle zaal zong hij het Zuid-Afrikaanse liedje "Neen mamma. 'n Duitseman, die wil ek nie. Want Schweinefleisch dat lus ek nie.", waarop de nazi's hem wegvoerden en de Ancienne Belgique voor drie weken sloot.

Kort nadien werd hij opgeëist om in Duitsland te werken. Als alternatief verkoos hij te zingen voor de Vlaamse arbeiders die verplicht tewerk gesteld waren. In oktober 1944 werd hij hiervoor, zonder onderzoek of proces, drie maanden opgesloten in de Mechelse Dossinkazerne.

In 1945 vormde hij met zijn dorpgenoot Kees Brug het duo "Two Boys en Two Guitars". Van Calais tot Amsterdam brachten ze imitaties, dichtkunst, Zuid-Afrikaanse liedjes en country, allemaal met veel ruimte voor improvisatie en avontuur.

In 1947 kwam hij in contact met Jacques Kluger, een manager met aanzien die op zoek was naar talent van eigen bodem. Die zag in hem een zanger en entertainer met toekomst en vroeg hem de Amerikaanse en Canadese troepen te vermaken in Frankfurt en Berlijn. Wanneer Kluger plots een vleiende telegram van Majoor Mearker krijgt, wordt Schoepen geëngageerd voor een maandenlange toernee door Duitsland. In Berlijn, dat nog deels met grond gelijk lag, werden zijn floor shows ook bijgewoond door Amerikaanse generaal en militair gouverneur Lucius D. Clay, die hem vroeg voor extra voorstellingen. Deze tournees zouden de Country-zijde in hem verder stimuleren.

Tussendoor gaf hij in eigen land ook nog losse optredens, wat erg aansloeg. Hoewel hij aanvankelijk niet in het Nederlands wilde zingen, is het Kluger die hem overhaalde om een Vlaamse plaat op te nemen.

Wanneer alle audities voor de radio uit de oorlogsjaren nietig worden verklaard, doet hij die in 1947 over. Een jaar later volgt Schoepens eerste hit: "De Jodelende Fluiter". Datzelfde jaar brak hij ook door in Nederland. Hij werd vaak gevraagd als gastvedette onder andere bij het bekende radioprogramma De Bonte Dinsdagavondtrein, gepresenteerd door Frans Muriloff. Die zag in hem de aangewezen man om te werken voor de Nederlandse Welfare. In 1949 ging hij op tournee voor de Nederlandse strijdkrachten in Indonesië.

Tussen het wapengeweld door gaf hij er 127 shows in drie maanden tijd. Omdat hij ook voor de afgelegen troepen optrad, kreeg hij in naam van de Nederlandse overheid een onderscheiding voor moed en zelfopoffering. Vijf dagen na zijn thuiskomst startte een Belgische tournee van 220 dagen. Met de volkse parodie "Duivekot" (1950) en de evergreen "Lichtjes van de Schelde" (1952) behoorde Bobbejaan Schoepen al gauw tot de populairste artiesten van Vlaanderen. Deze vroege muzikale periode staat symbool voor het naoorlogse optimisme, dat geen boodschap meer had aan zwaarmoedigheid of ideologie.

"De vroege muzikale periode van Bobbejaan Schoepen staat symbool voor het naoorlogse optimisme, dat geen boodschap meer had aan zwaarmoedigheid of ideologie."

Bobbejaan Schoepen and Roy Acuff (Grand Ole Opry, 1953) Internationaal - Bobbejaan Schoepen toerde nadien in twintig landen, samen met ondermeer Josephine Baker, Caterina Valente en (eenmalig) Gilbert Bécaud. In 1951 maakte Toots Thielemans, die toen nog vooral bekend stond als gitarist, deel uit van zijn band. In 1953 trok hij naar de VS en gaf met countryster Roy Acuff (1903-1992) een drietal optredens in de Grand Ole Opry in Nashville, een van de belangrijkste centra van de countrymuziek. Er kwam ook een optreden met countryzanger Red Foley (1910-1968) in Springfield, Missouri. In 1954 volgde een Europese toernee van telkens drie weken door Duitsland, IJsland en Denemarken.

Schoepen had intussen in eigen land al de status verworven van een internationale vedette, zo verzorgde in januari 1955 Jacques Brel een week lang zijn voorprogramma in de Brusselse Ancienne Belgique. Het jaar werd afgesloten met een turbulente toernee van drie maanden door Congo.

In 1957 trok hij weer naar New York. Hij deelde er de RCA-studio's met Elvis Presley en nam er met diens band een viertal platen op. Een optreden in de tv-show van Ed Sullivan volgde. Topmanager Steve Sholes bood intussen een contract aan om onder de naam "Bobby John" gedurende drie maanden alle radiostations in de VS af te reizen. Maar wegens contractuele verplichtingen in Europa, en de ingrijpende gevolgen voor zijn carrière, besloot hij de succesformule over de oceaan toch niet verder te zetten.

Vermoedelijk speelde ook de ontmoeting in 1956 met zijn toekomstige echtgenote Josephina (Josée) Jongen een rol in deze beslissing. Zij ontmoetten elkaar in de Folies Bergère in Brussel. Josée presenteerde er, nam deel aan de variété-shows en werkte in Brussel als fotomodel om haar studies klassieke zang te onderhouden. in 1959 behaalde zij de eerste prijs aan het conservatorium met een vertolking van Bach. 1957 werd voor Schoepen in meerdere opzichten een merkwaardig jaar.

Hij vertegenwoordigde op de valreep België op het tweede (toen nog weinig bekende) Eurovisiesongfestival. Hiervoor werd hij door Kluger uit de VS teruggehaald en diende enkele dagen voordien een drietal nieuwe nummers in te studeren.

De keuze viel op het te licht poëtische "Straatdeuntje". Van de tien deelnemers eindigde België op een gedeelde achtste plaats met Zwitserland. (punten van Nederland bleven helaas uit) Het is ook de periode waarin hij een groot circustent aanschafte om in eigen land efficiënter te toeren. Dat maakte hem onafhankelijk van zaaleigenaars die een steeds hogere huurprijs vroegen en die niet altijd de geschikte ruimte hadden voor zijn variété-programma. 4 Hij maakte ook zelf promotie voor zijn reizende shows, soms op een spraakmakende en eigengereide manier: "Tijdens een kavalkade was ik zelfs met m'n paard een café binnengewandeld, waar ik aan de tapkast m'n grote viervoeter op een emmertje bier trakteerde."

We schrijven 1958 als Schoepen gevraagd wordt om op te treden op een galabal van de Queen Mum (Elizabeth Bowes-Lyon) in Engeland, samen met The Beverly Sisters, Max Bygraves, en de bekende orkestleider Cyril Stapleton. Het zou voor Bob een van z'n meest memorabele optredens worden.

Op de drempel van de jaren '60 stond hij op nummer één in Duitsland en in Oostenrijk met de parodie "Ich steh an der Bar und ich habe kein Geld", een coverversie van Slim Dusty's "Pub with no beer". Ook zijn Duitse versie van "Kili watch" (The Cousins) deed het behoorlijk. Hij ging er vaak op tournee, onder andere met Dalida en Caterina Valente, die in Italië "Schaduw van de mijn" uitbracht onder de titel "Amici miei". Het leverde Schoepen nieuwe interessante contracten op. Zo werd hij een van de muzikale topacts tijdens het filmfestival van Berlijn in 1961. Enkele jaren later bombardeerden Camillo Felgen, Heino en James Last de evergreen "Ich hab Ehrfurcht vor schneeweissen Haaren" tot een internationale monsterhit. Het nummer ging intussen meer dan drie miljoen keer over de toonbank.

Film

Bobbejaan Schoepen schuwde het experiment evenmin. Tussen 1950 en 1967 speelde hij in vijf (muzikale) filmproducties: twee Belgische, twee Duitse en één Duits-Tsjechische (deze laatste in opdracht van ZDF). 5 In 1962 vertolkte hij de hoofdrol in de film "At the drop of a Head" (alias "De Ordonnans"), met onder andere Ann Petersen, Yvonne Lex, Denise Deweerdt, Nand Buyl, en Tony Bell.

Op de set werd tegelijk een Nederlandstalige en een Engelstalige versie gedraaid. Schoepen was niet te spreken over dit avontuur: de opnames verliepen rommelig, er werden twee regisseurs de laan uitgestuurd en hij werd uiteindelijk gevraagd zelf vijfhonderdduizend frank op te hoesten voor de dure grap die het geworden was.

De film werd er niet minder absurdistisch door. De Belgische cult-rockband Dead Man Ray toerde in 1999 met de film door België en Nederland. Voor Daan Stuyven (Daan) en Rudy Trouvé (ex-dEUS) betekende dat meteen ook een ode aan Schoepens soms miskende artistieke veelzijdigheid: "Een vakman die zijn jazzy countrygitaarspel, zijn diepe engelachtige stem en zijn geflipte volkshumor tot een handelsmerk en later tot een pretpark wist om te zetten."

Schoepens leven steekt ook vol kleine, kleurrijke verhaaltjes. Zo kocht hij van revolveracrobaat Casey Tibbs het paard van Zorro uit de oude televisiereeksen, maar het dier trapte op een blootliggende elektriciteitskabel en gaf de geest. Zijn vroegere buurman, een bankier, deed hij de naam Paribas aan de hand (heden "BNP Paribas") 6 . "Bobbejaan Schoepen is een vakman die zijn jazzy country gitaarspel, zijn diepe engelachtige stem en zijn geflipte volkshumor tot een handelsmerk en later tot een pretpark wist om te zetten" (Dead Man Ray, 1999)

Zakelijke carrière: Bobbejaanland

© Schoepen en zijn gezin, 1970 Ontstaan - Bobbejaan Schoepen heeft nooit de intentie gehad om een pretpark te bouwen; Bobbejaanland ontstond uit de muzikale carrière van Schoepen die na vijftien jaar internationaal succes en bijhorende tournees een plek zocht om zich te vestigen 7 . In 1959 kocht hij een afgelegen moerassig domein in België. Hij liet het terrein uitbaggeren, bouwde er een theaterzaal met 1.200 plaatsen en legde 2,2 kilometer strand aan. Het park werd officieel geopend op 31 december 1961 door hem en zijn vrouw, Josée Jongen, met wie hij op 18 mei 1961 in het huwelijk getreden was. Ze kregen vijf kinderen: Robert (1962), Myriam (1963), Jacky (1964), Peggy (1968) en Tom (1970).

De naam Bobbejaanland werd bedacht door zijn manager, Jacques Kluger. Centraal in het jonge amusementspark stonden waterpret, Texastreinen, monorails en carrousels, maar vooral: show. Talloze artiesten uit de variétéwereld traden er op, meestal in het programma van Schoepen zelf. In dit verband denken we aan mensen als Staf Wesenbeek (vader van Lynn) en de inmiddels overleden Leo Martin van het duo "Gaston en Leo". Maar ook: Will Ferdi, Will Tura, Staf Permantier (†), Liliane Saint-Pierre, en de Spaanse Flamenco-vedette Maria Pilar. Uit Duitsland herinneren we vooral de actrice en zangeres Ilse Werner (†) en haar bekende landgenoten Rex Gildo (†) en Michael Holm. Rudi Carrell werd zo voor enkele jaren Schoepens buur. 8 Bobbejaan Schoepen en Rudi Carrell, TV-show Duitsland. (begin jaren '70) Bobbejaan Schoepen stampte eind jaren '60 ook zijn eigen platenmaatschappij uit de grond, Bobbejaan Records, waarop een twaalftal platen werden uitgebracht. In die periode ging hij ook geregeld terug naar de VS, waar hij bevriend raakte met acteur Roy Rodgers, de zanger Tex Williams, en met Nudie (de kledij-ontwerper van Elvis Presley en Johnny Cash) 9 . Het viertal trad bij gelegenheid ook op in plaatselijke clubs in Los Angeles. Tex Williams, grondlegger van de swing country, bracht in 1974 in de VS Schoepens "Fire and Blisters" uit 10 .

De eerste attracties - Vanaf 1975 evolueerde Bobbejaanland naar een attractiepark. Daardoor kwam het aspect show langzaam op de achtergrond. De eerste attractie was het "Wiener rad". De eerste belangrijke trekpleister werd aangekocht in 1979: de "Looping Star", een achtbaanklassieker die met de jaren een cultstatus kreeg. De bijzonder populaire "Wildwaterbaan" kwam er in 1980, maar ging in datzelfde jaar gedeeltelijk in vlammen op. De schade liep tot in de vele miljoenen, maar werd snel hersteld.

In de tweede helft van de jaren '70 vond het park zijn eigen stijl in de western-thematiek. Er werd een volledig cowboydorp gebouwd, met daarin een saloon, een gevangenis, een bescheiden hotel, en uiteraard: een bank, waar het publiek geldmunten kon wisselen. Een attractie die daarin een nogal aparte plaats innam, was de poppenshow: een volledig geprogrammeerde variété-voorstelling waarin de artiesten van het grote theater (waaronder Bobbejaan zelf) als mechanische poppen een repertoire brachten. Efficiënt op kalme of regenachhtigee dagen, maar tegelijk origineel en geestig.

Bobbejaan Schoepen, artiest en zakenman Door de onafhankelijkheid als familiebedrijf was het mogelijk om ook een brug te slaan naar meer educatieve en culturele projecten. Eind jaren '70 werd er het "Indian Art Museum" geopend, een van meest unieke indiaanse kunstcollecties in Europa met authentieke kunststukken uit de Hopi- en Navajoculturen. De collectie werd uit Phoenix (Arizona) overgebracht door mevrouw Schoepen, die vanaf de beginperiode gold als een spilfiguur in het park. Aanvankelijk begeleidde ze haar man dagelijks bij enkele duetten, tot in 1978 een te grondige operatie aan de stembanden een eind maakte aan haar klassieke zangtalent. Sindsdien legde zij zich louter toe op het zakelijke aspect en de coördinatie van het park.

Einde variété - Medio jaren '80 werden de variétéshows gebalder en afgestemd op een steeds internationaler publiek 11 . Toen artsen in 1986 vernauwingen aan zijn hart vaststelden, liet hij voor de eerste keer verstek gaan in zijn eigen theater. Hij kreeg vijf overbruggingen, maar ging al snel weer aan het werk. In diezelfde periode maakte een risico-operatie aan de verstandskiezen, waarbij een zenuw geraakt werd, echter een definitief einde aan Schoepens virtuoze fluittalent. Hij bleef doorzingen, zij het met beknoptere shows die onvermijdelijk ten prooi vielen aan de routine van het attractiepark. De paradepaardjes - In die periode ging de aandacht vooral naar de aankoop van middelgrote attracties. Met het hoge attractie-aanbod cultiveerde het park z'n kortere wachttijden en speelde deze troef uit bij het grote publiek. Vanaf de jaren '90 groeide het uit tot een trekpleister met bijna 900.000 bezoekers per seizoen, waarvan bijna de helft Nederlanders, Luxemburgers, Duitsers en Fransen. Het had dan ook enkele paradepaardjes, bijvoorbeeld de "Revolution", de "Indiana River" en het Kinderland (1995), een kinderpark van 7.000 m² met achttien attracties, dat aan de fantasie van de stichter is ontsproten. Dit overdekte kinderparadijs staat nog steeds symbool voor de kindvriendelijke reputatie van het park. Het behoort tot de traditie van indoor attracties die het park moesten wapenen tegen het Belgische klimaat 12 .

Buitenbeentje der pretparken - Vanaf begin jaren '90 engageren ook drie van de vijf kinderen zich voor de zaak, met Jacky als meest in het oog springende. Bobbejaanland wordt mede door hem gefinetuned tot in de details en profileert zich bovendien als het eerste attractiepark ter wereld dat doorgedreven milieuvriendelijke accenten legt. Het opvallendste initiatief op dit vlak is een windturbine die voor energie in het park en in de regio zorgt, en waaraan een museum voor alternatieve energiewinning verbonden is. Er komt ook een focus op 'leerrijke pret' voor scholen via educatieve verkenningstochten naar de fysica van de attracties . Het zijn ongetwijfeld vrij gedurfde initiatieven binnen de wereld van de pretparken, die vooral op winstmaximalisatie en efficiëntie gericht is. Ook vanuit een breder perspectief kan Bobbejaanland als een buitenbeentje onder de Europese parken gelden. Het park onderscheidt zich door zijn heel eigen identiteit en zijn uitgesproken persoonlijkheid, gegroeid vanuit de overgave van de oprichter en diens familie voor dit levenswerk. Voor de Vlaamse filosoof Etienne Vermeersch blijft dit onderscheid met andere parken evenmin onopgemerkt: "In tegenstelling tot bijvoorbeeld het Franse Disneyland is dit pretpark organisch gegroeid vanuit een elementaire kern." 13 Bobbejaan Schoepen koos er ook bewust voor om niet naar de beurs te gaan of extra parken te kopen, wat volgens hem op termijn nefast zou zijn. Tijdens een vergadering van Belgo Parks vroeg hij aan Walibi-baas Meeùs waarom die geen vier pijpen tegelijk rookt. Meeùs antwoordde verwonderd, "Ik heb toch genoeg met ééntje?" Waarop de eigenzinnige Schoepen grapte, "Waarom koop je dan wel vier pretparken?" "In tegenstelling tot bijvoorbeeld het Franse Disneyland is dit pretpark organisch gegroeid vanuit een elementaire kern." (Prof. Etienne Vermeersch, 2006)

Keerpunt

Typhoon in Bobbejaanland (foto:Harrie Mangels) In 1999 wordt bij Bobbejaan Schoepen darmkanker vastgesteld, wat de idee aanzwengelt om zijn levenswerk van de hand te doen. Niet stoppen betekent echter doorgaan, en in de winter van 2003 wordt een investering van bijna 12 miljoen euro gedaan voor enkele wereldprimeurs (Typhoon en Sledge Hammer). Het is ook het jaar waarin Test-Aankoop een tevredenheidsenquête in 13 Europese parken uitvoert. Bobbejaanland komt er in België als beste uit, en Europees als tweede, samen met Disneyland en het Parc Astérix 14 .

De beslissing om Bobbejaanland te verkopen valt dan toch in april 2004, na een voorbereidingsfase van meer dan drie jaar. Het wordt overgenomen door Parques Reunidos, een Spaans-Amerikaanse pretparkengroep. Alle speculaties in bepaalde boulevardpers ten spijt, blijft het tot de laatste minuut onzeker of de stichter zijn handtekening zal plaatsen. Bepalend is uiteindelijk de onzekerheid over de continuïteit in de toekomst. De Schoepens nemen het zekere voor het onzekere, een keuze die de stichter het meest evident lijkt. Als het reportageprogramma Ter Zake hem na de verkoop vraagt of hij voor het grote geld gekozen heeft, antwoordt Schoepen enigszins verweesd: "Wat ben ik met al dat geld, ik kan maar twee keer per dag eten." Onder het Schoepen-bewind kunnen we de stichter beschouwen als de artistieke drijfveer van het park, zijn vrouw Josée als de zakelijke ruggengraat, en haar zus Louise als de solide basis op het vlak van boekhouding en financiën.

De sleutel tot het succes ligt in de vertrouwensband binnen dit triumviraat en in hun doorgedreven arbeidsethos. Met de verkoop verdween in België het laatste familiebedrijf in de sector van de pretparken. Bobbejaan Schoepen en zijn vrouw wonen echter nog steeds op het domein.

De stichter herstelde intussen van zijn ziekte en vindt zich momenteel terug in zijn eerste liefde: de muziek. In 2005 gaf hij onverwacht een viertal korte optredens op het literaire festival Saint-Amour, waar hij zijn ,,Lichtjes van de Schelde" weer onder de aandacht bracht.

Het lied groeide uit tot een evergreen en werd sinds 1952 talloze keren gecoverd (onder meer door Louis Neefs, Hans De Booij, Wannes Van de Velde, en Will Tura).

Tijdens het staatsbezoek van de Nederlandse koningin Beatrix aan België (20 juni 2006) werd het op de Brusselse Grote Markt uitgevoerd voor de Belgische en Nederlandse delegatie. Schoepen zelf zou het ook brengen op de 0110-concerten in Antwerpen onder leiding van Stef Kamil Carlens, maar de gevolgen van een recente operatie bleken nog te zeer voelbaar om hier aan deel te nemen. In november 2006 werd "Lichtjes van de Schelde" op de Eregalerij officieel de eeuwigheid ingezongen door Daan, die ook zijn medewerking verleend aan nieuwe bobbejaan-CD (verwacht in 2007).

Auteur: Tom Schoepen

Publicatie: Volkskundige Kroniek - jaargang 14 - nr. 2 april-mei-juni 2006. Dit artikel is een historische reconstructie van de voornaamste mijlpalen in het leven van Bobbejaan Schoepen. Het bestaande bronmateriaal werd genuanceerd en grondig vervolledigd op basis van het bestaande archiefmateriaal en de gesprekken die Tom Schoepen in de loop van 2005 en 2006 met zijn vader voerde. Bij bepaalde waarde-oordelen werden voetnoten geplaatst.

© 2006 Bobbejaan Records - distribueren van dit artikel is toegestaan, mits behoud van auteursvermelding. Tom Schoepen is auteur en uitgever van de "Tijdsbalk van de evolutie, kennis en cultuur". Onderscheidingen en nominaties Bobbejaan Schoepen Oorkonde voor moed en zelfopoffering voor de muzikale ondersteuning van Nederlandse frontstrijders in Indonesië, uitgereikt door Generaal Baay, opperbevelhebber van de Nederlandse troepen in Oost-Java, 1949 Bobbejaan Schoepen, verkozen tot beste Vlaamse zanger, ontvangt de Grote Prijs van de Vlaamse Grammofoonplaat (NIR en Studio Gent, 15 maart 1955) "Education Artistique, diplôme de Croix d'Honneur de Chevalier.

Op 30 juni 1965 uitgereikt door "Académie Nationale Artistique Littéraire et Scientifque, Paris" (no 5177)" Platina plaat voor 30 jaar Vlaamse hits, Telstar 1978 Vijfentwintig gouden platen en twee platina Ridder in de Kroonorde, 9 april 1986, uitgereikt door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Medaille van Sabam - Belgische Artistieke Promotie, 19 januari 1993

Medaille van Sabam - Belgische Artistieke Promotie, 26 september 1995

Oorkonde België, Orde van Leopold II: Officier in de Orde van Leopold II, 26 september 1995, uitgereikt door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap

Ereplaats in de Radio 2 Eregalerij, 2000

"Ik heb eerbied voor jouw grijze haren" (nominatie door Radio 2 Eregalerij, 2000)

"Lichtjes van de Schelde" (nominatie door Radio 2 Eregalerij november 2005)

Citaten

"Een wonderkind ben ik niet geweest. Als ik aan mijn kinderjaren terugdenk, kan ik daar geen voorteken van latere successen in ontdekken. Het enige vak waarin ik uitblonk, is in geen enkel schoolprogramma te vinden: fluiten." (Bobbejaan Schoepen, 1964)

"In 1956 heb ik de hoogste prijs uit gans mijn carrière gekregen: mijn vrouw, Josée Jongen." (Bobbejaan Schoepen) "Bobbejaan Schoepen is een vakman die zijn jazzy country gitaarspel, zijn diepe engelachtige stem en zijn geflipte volkshumor tot een handelsmerk en later tot een pretpark wist om te zetten" (Dead Man Ray, 1999) Bobbejaan Schoepen is de man geweest die mij het allereerste handje heeft toegestoken. Hij was toen dé grote meneer in Vlaanderen. (Will Tura) "Geluk is het moment waarop je geen pijn hebt." (2005) "In tegenstelling tot bijvoorbeeld het Franse Disneyland is dit pretpark organisch gegroeid vanuit een elementaire kern." (filosoof Etienne Vermeersch)

5 Grootste hits

Ik heb eerbied voor jouw grijze haren / Ich hab Ehrfurcht vor Schneeweissen Haaren

Je me suis souvent demandé / Ik heb me dikwijls afgevraagd

Café zonder bier / Ich steh an der Bar und habe kein Geld

Lichtjes van de Schelde

Hutje op de heide / Ein Häuschen auf der Heide

Filmografie

Ah! t'Is zo fijn in België te leven (Belgische muzikale speelfilm, 1950)

Televisite (Belgische tv-serie 1955)

The Eurovision Song Contest (1957, Duitsland)

O sole mio, (Duiste muzikale speelfilm, 1960)

Davon träumen alle Mädchen (Duitse speelfilm, 1961)

At the Drop of a Head / De Ordonnans / Café zonder bier (Belgische speelfilm, 1962)

Bobbejaan filmproductie ZDF - regisseur Jan Kadlec, Studio Barrandov Praag,1967.

(Duitse muzikale speefilm origineel grotendeels verloren)

Managers

Europa: Jaques Kluger
Denemarken en IJsland: Syd Fox
Verenigde Staten: Steve Sholes
Artiestennaam
België en Nederland: Bobbejaan Schoepen
Duitsland en Oostenrijk: Bobby Jaan, Bobbejaan
Denemarken en Ijsland: Bobby Jaan
Frankrijk: Bobby Jaan, Bobby Jann, Bobbi-Jean
Verenigde Staten: Bobby John

-------------------------------------- Noten

1. Bobbejaan Schoepen, een Vlaams entertainer - Histories documentaire, 4 januari 2001 (Canvas). Documentatie Bobbejaan Schoepen Archief.

2. Vanaf de tweede helf van de jaren '30 bracht Bobbejaan Schoepen in verschillende Vlaamse dorpen volksvariété met Zuid-Afrikaanse liedjes, wat zich vrijwel meteen uitbreidde tot country als aangrenzende stijl. Deze wending werd mede gevoed door de vertoningen van de Westernfilms in onze contreien, met bijvoorbeeld de acteur Roy Rodgers waaraan Schoepen zich spiegelde. Kort na de Amerikaanse bevrijding in 1945 werden er ook radiozenders opgericht door en voor Amerikaanse troepen die hier gevestigd waren. Daarmee vond de country & western als muziekstijl (of een bepaalde vorm ervan) echter nog geen afzetmarkt via de Belgische of Nederlandse muziekindustrie. Die komt er voor het eerst in 1948 met "Geef mij maar de prairie" en het swing country nummer "De Jodelende Fluiter". Er zijn echter geen eerdere releases uit het genre bekend, of hebben hier in ieder geval geen noemenswaardige betekenis gehad. Het lijkt dan ook aannemelijk dat Bobbejaan Schoepen als eerste deze muziekstijl in België en Nederland tot het brede publiek bracht via eigen producties (als zanger en/of componist) en bijbehorende tournees.

3. Education Artistique, diplôme de Croix d'Honneur de Chevalier. Op 30 juni 1965 uitgereikt door "Académie Nationale Artistique Littéraire et Scientifque, Paris" (no 5177) voor het lied "Je me suis souvent demandé".

4. Hij kocht in 1957 een circustent van de familie Tondeur, die enige moeite hadden om hun voorstellingen rendabel te houden. Schoepen kreeg zo organisatorisch de vrije teugels en liet het circus opnieuw floreren. Bobbejaan Schoepen: "Het was in Baasrode dat voor de eerste keer het volledig nieuwe programma aan het publiek werd voorgesteld. We hadden vooraf een grootscheepse propaganda-aktie gevoerd, zodat de mensen in het dorp en omstreken bijna niet anders konden dan komen (Johan Roggen, p 50). In de zomer van het jaar 1959 engageerde hij de veel belovende Will Tura, die net aan zijn carrière begonnen was, voor een toernee van 20 dagen. (Bobbejaan Schoepen Archief; Johan Roggen, p51)

5. De titel van deze Duits-Tsjechische productie (Vladiimir Sis) luidt 'Bobbejaanland'. Het betreft een televisiefilm waarin Bobbejaan Schoepen enkele van zijn liedjes zingt, opgenomen in het kader van een nog attractieloos Bobbejaanland en de omliggende Kempenstreek. Een deel van de film is ook opgenomen in de filmstudio's in Praag. De film bevat onder meer klassiekers als "Je me suis souvent demandé", "Kili watch", en de Duitse versie van de parodie "Café zonder bier", waarmee Schoepen in 1960 in Duitsland en Oostenrijk een grote hit scoorde. Een van zijn filmische instrumentale songs zorgt voor een rode draad. Tijdens de film komen Bobbejaan Schoepen, zijn vrouw Josée en zijn zoon Bobje geregeld samen in beeld. De film is gemaakt door de bekende Barrandov Studio's in Praag in opdracht van de Duitse televisiezender ZDF. Hij werd in Duitsland (ZDF), Nederland (KRO) en door de toenmalige BRT uitgezonden. Toen de VRT in 1999 de voorbereidingen van de Histories-documentaire over Bobbejaan Schoepen aanvatte, werd de film in de VRT-archieven helaas verknipt teruggevonden. Na de verkoop van Bobbejaanland in 2004 liet Tom Schoepen het persoonlijke beeldarchief van z'n familie digitaliseren en archiveren, waaronder een aantal oude filmbanden die niet nader bepaald waren. Het Koninklijk Belgisch Filmarchief van Brussel vond daarin de verloren televisiefilm. Het is één van de vijf filmproducties waar Bobbejaan Schoepen bij betrokken was als acteur of zanger.

6. Bankdirecteur Maurice Naessens had vernomen dat zijn voormalige overbuur uit Meise, Bobbejaan Schoepen, in Lichtaart een zaak had gestart. Na de openingsplechtigheid van een nieuwe bank in Geel bracht Naessens met enkele docenten een gelegenheidsbezoekje aan het park. De directeur jammerde tijdens een vieruurtje dat hij met zijn collega's maar geen degelijke naam vond voor de fusie "Banque de Paris et des Pays-Bas" ("Bank van Parijs en de Nederlanden"). Toen hij vlakaf vroeg aan Schoepen of die misschien meer inspiratie had, nam die een papiertje, dacht even na, en schreef: "Paribas". Schoepen kreeg uit erkentelijkheid enkele kunstwerken van Frans Masereel en een kunstboek. Dit voorval moet tussen 1963-1965 hebben plaats gevonden.

7. Tot de oprichting van Bobbejaanland zong Schoepen ook vele jaren voor Radio Luxemburg, onder meer met presentator Louis Baret. In die periode kreeg hij ook interessante internationale contracten aangeboden door zijn manager Jacques Kluger. Hij kon hierop tot zijn spijt niet ingaan vanwege zijn zakelijke verplichtingen in het jonge Bobbejaanland.

8. De Amerikanen Jimmy Ross (alias Mel Turner †) en Jimmy Lawton nestelden zich hierdoor definitief in België. De bekendste presentatoren (meestal zelf ook entertainers) waren Jan Theys († 1996), Lou Marcel (†), Gust Lancier (†), en Bob Vrieling. Tot de bekendste orkesten behoorden die van Bobby Setter, Lou Roman, en Claude Rabitsky.

9. Het was Nudi, de Amerikaanse Dior, bij wie hij de twee fameuze witte Pontiacs kocht, bekleed met koehorens, dollars en kunstgeweren. Er bestaan wereldwijd vijf exemplaren van. Hij kocht de wagens voor een vriendenprijsje van respectievelijk 10.000 en 15.000 dollar. Tot vandaag beschouwt hij deze showwagens nog steeds als de meest efficiënte en spraakmakende aanwinsten uit zijn attractie-aanbod. 10. "Those Lazy Hazy Days", 1974.

11. Begin jaren '80 gaf Bobbejaan Schoepen in het hoogseizoen dagelijks drie tot vijf optredens van telkens 45 minuten. Tijdens echte topdagen (12.000 bezoekers of meer) kon dat oplopen tot zeven à acht.

12. In 1989 werd de "Revolution" aangekocht, een indoor roller coaster die zich wentelt rond grote projectieschermen. De "Indiana River" uit 1991, een indoor waterbaan in Aztekenstijl, is eveneens een concept dat door Bobbejaan Schoepen werd bedacht.

13. De volledige context: "Persoonlijk ben ik van mening dat de levensloop en het werk van een populaire zanger en ook het ontstaan en de uitbreiding van een pretpark, interessant historisch materiaal is, zowel in verband met volkscultuur als in verband met het merkwaardige ontspanningsfenomeen dat de pretparken momenteel vormen. In tegenstelling met bv. het Franse Disneyland is dit pretpark organisch gegroeid vanuit een elementaire kern." (e-mail van Etienne Vermeersch van 22 februari 2006, gericht aan het Koninklijk Belgisch Filmarchief, met toestemming gepubliceerd)

14. De conclusie van Test-Aankoop na vergelijkend onderzoek van 13 Europese parken luidt: "Vanuit het standpunt van de tevredenheid is Phantasialand zonder twijfel het meest geapprecieerde park van het onderzoek van Test-Aankoop voor zo goed als alle aspecten. Bobbejaanland in België volgt op de tweede plaats samen met Disneyland en het Parc Astérix. Hopelijk houdt de nieuwe eigenaar van Bobbejaanland het vaandel even hoog." (Test-Aankoop magazine 477, juni 2004)

Link Officiële Discografie http://www.bobbejaanschoepen.be/